Smartengeld slachtoffers aardbevingen Groningen

De rechtbank Noord-Nederland heeft de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) op 1 maart jl. veroordeeld tot het betalen van smartengeld aan een groep bewoners van het Groninger aardbevingsgebied.[1] Dat is een opvallende uitspraak, omdat de Nederlandse rechter terughoudend is met het toekennen van smartengeld. Hoe zit dit? Hoe is de rechtbank tot dit oordeel gekomen? Wat maakt de situatie van deze Groningers bijzonder? Een toelichting op de uitspraak.

 

Update:

De NAM liet op 5 mei jl. weten het principieel oneens te zijn met de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland en daarom in hoger beroep te gaan. “Niet omdat we onze aansprakelijkheid in alle gevallen betwisten, maar omdat we van menig zijn dat deze uitspraak juridisch gezien verduidelijking verdient. Vragen zoals “waar moet een aanspraak tot vergoeding aan voldoen?”, “wat is de drempel daarvoor?” zijn in onze ogen onvoldoende beantwoord”, aldus de NAM op haar website.

 

Het Groningenveld: gaswinning en aardbevingen

 

Sinds 1963 wordt in het gebied rondom het Groningse dorp Slochteren gas gewonnen. Hier, middenin de provincie Groningen, bevindt zich “het Groningenveld”, een groot aardgasveld, dat wordt geëxploiteerd door de NAM. De gaswinning veroorzaakt aardbevingen. Vanaf 2000 is de gasproductie opgeschroefd tot zo’n 50 miljard m³ per jaar. Als gevolg hiervan is ook het aantal aardbevingen toegenomen. Deze aardbevingen zijn bovendien zwaarder dan voorheen. Geschat wordt dat zo’n 100.000 Groningers in meer of mindere mate gedupeerd zijn.

 

De aardbevingen leiden niet alleen tot schade aan woningen en gebouwen, maar ook tot grote zorgen bij bewoners. Met name de bewoners die vaker dan één keer en ernstiger zijn getroffen ervaren psychische en lichamelijke klachten. De constante dreiging van een (hevige) aardbeving roept angst en onzekerheid op, de bewoners zijn ontevreden over het optreden van de NAM, schade aan woningen moet worden hersteld om de veiligheid van de bewoners te waarborgen en woningen zijn vaak onverkoopbaar waardoor mensen niet kunnen verhuizen, in financiële problemen raken en hun toekomstplannen in duigen zien vallen.[2]

 

Honderdzevenentwintig bewoners van het Groninger aardbevingsgebied zijn een rechtszaak begonnen tegen de NAM en de Staat. Zij stelden zich onder andere op het standpunt dat de NAM en/of de Staat moet(en) worden veroordeeld tot vergoeding van hun immateriële schade.

 

Standpunt eisers: psychische/lichamelijke klachten en aantasting woongenot

 

In het Burgerlijk Wetboek is bepaald dat een benadeelde die “lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast”, recht heeft op een “billijke schadevergoeding”.[3] Het gaat bij een dergelijke vergoeding voor immateriële schade, ook wel “smartengeld” genoemd, niet om het vergoeden van schade die iemand in zijn vermogen lijdt, maar om het bieden van een tegemoetkoming voor pijn, verdriet en gederfde levensvreugde.

 

De bewoners stelden dat zij door hun psychische en lichamelijke klachten en de aantasting van hun woongenot die zij ervaren door de aardbevingen “op andere wijze in hun persoon zijn aangetast”.

 

Smartengeld: aantasting in de persoon

 

Onze wetgever heeft de lat voor toekenning van smartengeld hoog gelegd.[4] Het uitgangspunt is dat er voor “aantasting in de persoon” sprake moet zijn van geestelijk letsel. Daarmee wordt een “in de psychiatrie erkende ziekte” bedoeld, die objectief moet kunnen worden vastgesteld.

 

Het hebben van psychische klachten betekent nog niet dat er sprake is van een psychiatrisch erkende ziekte. De vraag rijst of de gevolgen van de aardbevingen voor de bewoners zodanig ernstig zijn dat er, ook zonder dat er geestelijk letsel is vastgesteld, toch gesproken kan worden over “aantasting in de persoon”. Als dat het geval zou zijn, hebben zij immers recht op smartengeld.

 

Oordeel rechtbank: bijzondere ernst normschending en gevolgen slachtoffer

 

De Hoge Raad heeft in eerdere uitspraken bepaald dat er ook sprake van “aantasting in de persoon” kan zijn in het geval er geen sprake is van geestelijk letsel.[5] Het gaat dan om een uitzondering op de hoofdregel. Voor die uitzondering is vereist dat er sprake is van een schending van fundamentele rechten. Dit zijn rechten die ieder mens heeft en worden ook wel “persoonlijkheidsrechten” genoemd.[6] Voorbeelden van “persoonlijkheidsrechten” zijn iemands integriteit en de veiligheid van de woning. In de zaak van de Groninger Oudejaarsrellen[7] oordeelde de Hoge Raad dat een inbreuk hierop ook een “aantasting van de persoon” vormde. De ernst van de situatie en de gevolgen daarvan voor de benadeelden compenseren in dat geval het feit dat er van geestelijk letsel geen sprake is.[8]

 

De rechtbank Noord-Nederland heeft een parallel getrokken met de zaak van de Groninger Oudejaarsrellen: “De situatie in het aardbevingsgebied is in die zin vergelijkbaar met de zaak van de Groninger Oudejaarsrellen dat gevoelens van angst, onveiligheid en onzekerheid met betrekking tot lijf en goed aan de orde zijn. Bovendien gaat het in de onderhavige zaak om een veel langere periode die tot op de dag van vandaag voortduurt en voor onbepaalde tijd blijft voortduren.”[9]

 

De rechtbank Noord-Nederland oordeelt dan ook dat de aardbevingen niet kunnen worden afgedaan als “gewone hinder”.[10] Daarmee zou de situatie waarin de bewoners zich bevinden onterecht worden gebagatelliseerd. De aard, ernst en duur van de hinder die zij ervaren vormen volgens de rechtbank een inbreuk op persoonlijkheidsrechten die raken aan de in de artikelen 2 (het recht op leven) en 8 EVRM (het recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven, woning en correspondentie) genoemde grondrechten. Op basis hiervan oordeelt de rechtbank: “dat voor het deel van Groningenveld waar regelmatig aardbevingen worden gevoeld en schade wordt geleden, gesproken kan worden van een situatie waarin door NAM[11] een ernstige inbreuk wordt gemaakt op een fundamenteel persoonlijkheidsrecht, welke inbreuk ook zonder dat sprake is van geestelijk letsel, bij degenen die daardoor persoonlijk gevoelens van angst, zorg en psychisch onbehagen ervaren, leidt tot aantasting in de persoon op andere wijze als bedoeld in artikel 6:106 lid 1 b BW”[12]. Ter compensatie van deze “integriteitsschade”[13] moet de NAM de bewoners smartengeld betalen. De hoogte hiervan zal in afzonderlijke procedures moeten worden vastgesteld.

 

Conclusie

 

De rechtbank Noord-Nederland heeft geoordeeld dat de impact van de aardbevingen op de bewoners van het Groningenveld en hun woonomgeving zo groot is, dat er sprake is van een inbreuk op fundamentele rechten. Daarom hebben zij recht op betaling van smartengeld door de NAM.

 

De uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland is in lijn met de door de Hoge Raad ontwikkelde norm op grond waarvan smartengeld wordt toegekend in het geval van immateriële schade op grond van “persoonlijke aantasting” vanwege “de bijzondere ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor het slachtoffer”. Dit geldt tot op heden als uitzondering op de hoofdregel dat hiervoor in principe “geestelijk letsel” is vereist. Het is interessant om te zien of in de toekomst wellicht laagdrempeliger smartengeld zal worden toegekend en of “integriteitsschade” een breder geaccepteerd verschijnsel zal worden.

 

Update:

De rechtbank heeft de NAM aansprakelijk gesteld voor de door de bewoners van het Groninger Veld geleden en in de toekomst nog te lijden immateriële schade als gevolg van de aardbevingen. De omvang van die schade is echter nog niet vastgesteld. Dit zal worden gedaan in een zogenaamde “schadestaatprocedure”. De reden om hierover een aparte procedure te voeren is dat het pas zinvol is om kosten te maken met betrekking tot de schadeberekening op het moment dat aansprakelijkheid vast staat. In de schadestaatprocedure is er geen ruimte meer voor discussie over de verplichting tot vergoeding van de schade van de bewoners.

De NAM schrijft op haar website: “Het merendeel van de eisers is doorgestuurd naar de zogenaamde schadestaatprocedure. Dat betekent dat bewoners individueel een rechtszaak dienen aan te spannen. NAM gaat tegelijkertijd onderzoeken of er mogelijkheden zijn om deze bewoners tegemoet te komen, zonder dat zij opnieuw naar de rechtbank hoeven.”  Hieruit volgt de intentie van de NAM om te onderzoeken of het mogelijk is om, buiten de rechter om, schikkingen te treffen met de bewoners.

 


Neem voor meer informatie contact op met Itske de Boer (deboer@immix.nl / 030-6934555).

 

[1] Rechtbank Noord-Nederland, 1 maart 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:715.

[2] Dat de gemoederen hoog oplopen bleek tijdens de uitzending van Pauw & Jinek op 6 maart jl. toen boze Groningers premier en VVD-lijsttrekker Mark Rutte uitjoelden. De Groningers willen dat de gaskraan wordt dichtgedraaid. Volgens Rutte is dit onmogelijk: “Dan zit Nederland in de kou. Heel ons systeem is hierop ingericht, de kachels, de gasfornuizen.”

[3] Artikel 6:106 lid 1 sub b BW

[4] Rechtbank Noord-Nederland, 1 maart 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:715, r.o. 4.4.4.

[5] HR 29 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW1519 (Blauw Oog), r.o. 3.5 – Tijdens een burenruzie op een galerij van een flatgebouw is eiser tweemaal in zijn gezicht geslagen. Hij ondervindt als gevolg hiervan lichamelijk (pijn) en geestelijk letsel (angst). De Hoge Raad heeft geoordeeld dat hij voor smartengeld in aanmerking komt op grond van artikel 6:106 lid 1 sub b BW.

[6] S.D. Lindenbergh, ‘Smartengeld 10 jaar later’, Rotterdam Institute of Private Law Accepted Paper Series juli 2008.

[7] Onder andere in HR 9 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO7721 (Groningse Oudjaarsrellen) – In de nacht van 31 op 31 december 1997 heeft een groep jongeren tot drie maal toe een woning in de Groningse Oosterparkwijk belaagd en daaraan vernielingen toegebracht. De bewoners hebben tenminste vijf keer de politie gebeld met het verzoek om hulp, maar die bleef uit. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat zowel de politie als de Gemeente Groningen aansprakelijk waren voor de schade van het Groningse gezin, waaronder immateriële schade.

[8] E.C. Gijselaar e.a., ‘Gasboringen in Groningen en de aansprakelijkheid van de NAM’, Ars Aequi 2014-8.

[9] R.o. 4.4.6.

[10] Rechtbank Noord-Nederland, 1 maart 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:715, r.o. 4.2.4.

[11] De Staat is in tegenstelling tot de NAM niet tot immateriële schadevergoeding veroordeeld, zie Rechtbank Noord-Nederland, 1 maart 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:715, r.o. 4.1.14.

[12] Rechtbank Noord-Nederland, 1 maart 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:715, r.o. 4.4.7.

[13] I. Giesen in: ‘Schade en herstel’, (Wolf Legal Publishers) Nijmegen 2014: “… omdat het er uiteindelijk steeds om gaat dat een persoon in zijn (lichamelijke of geestelijke) integriteit is aangetast en dat die inbreuk tot zelfstandige ‘schade’ blijkt te leiden”.

Lees ook